Inzending voor Nederland Schrijf:

The Big Break

Berlijn, december 1989. Een gure sneeuwstorm waait door de verlaten Friedrichsstraße en tovert de resten van wat ooit een onaantastbaar bolwerk leek, om tot een macaber sprookjestafereel. Terwijl zijn ogen de straat afspeuren, in afwachting van de bestelde taxi, glijdt zijn hand naar zijn binnenzak. Paspoort, visum, vliegticket, portefeuille…. en tenslotte het allerbelangrijkste: een kubusvormig kunststof doosje, verpakt in mooi glimmend papier. Gekocht van zijn laatste Marken bij een dure juwelier op de Kurfürstendamm. Even dwaalt hij af in vertederde gedachten, maar algauw worden die ruw onderbroken door het lawaai van een claxon. Gehaast, bijna struikelend, loopt hij de trap naar beneden af en sluit voor het allerlaatst de deur achter zich. “Zum Flughafen, bitte,” zegt hij tegen de chauffeur die gedienstig zijn koffers aanneemt en het portier van de Trabant voor hem openhoudt.

Even later komt het autootje hortend en stotend weer in beweging en baant zich door de glibberige straten een weg richting vliegveld. “Verdammtes Scheißwetter,” moppert de chauffeur, intussen de ruitenwissers een tandje hoger zettend. “Und,” vervolgt hij nieuwsgierig tegen zijn passagier, “was machen Sie denn so spät am Abend noch am Flughafen?” Deze voelt geen behoefte om te reageren, maar doet er het zwijgen toe en staart in de duisternis, naar de hem intussen zo bekende omgeving waarin hij nu gelukkig overbodig geworden is. Schouderophalend draait de chauffeur aan een knopje op het dashboard en meteen klinkt er een zoetsappig kerstmelodietje. Tussen zijn tanden meefluitend manoeuvreert hij het parkeerterrein op en laadt de koffers uit.

Nog meer als een uur voor het grote moment, leert een vluchtige blik op de klok in de vrijwel uitgestorven vertrekhal hem terwijl hij met zijn bagage naar de incheckbalie loopt. Na het vervullen van de nodige formaliteiten ploft hij in de businesslounge neer en bestelt een goede whisky. Zónder ijs, want dat vindt hij een doodzonde.
Al nippend neemt hij voor zichzelf zijn strategie nog eens door. Morgen zal zijn vriendin, zoals ieder jaar, haar troon in de keuken aan hem afstaan en is het zijn beurt om de traditionele kalkoen voor Thanksgiving te vullen. Mét een extra ingrediënt wel te verstaan, een heel duur ingrediënt….

Een half uur later. Terwijl hij zich in de veiligheidsriemen sjort, tikt zijn buurman hem op de schouder. “Möchten Sie auch einer?” en houdt hem een pakje Marlboro voor. Gretig accepteert hij het aanbod, en terwijl in zijn verbeelding het bekende lied van Reinhard Mey door de cabine klinkt, blaast hij een flinke wolk uit. “Was ich noch zu sagen hätte….” Met een triomfantelijke grijns steekt hij temidden van de rookkringels zijn middelvinger op naar het kleiner en kleiner wordende Berlijn. “Goodbye you German loosers, I am gonna meet my new future in USA!”